Tweede woning en box 3: hoeveel belasting betaal je?

Ontdek mogelijkheden voor passief inkomen via vastgoed | Vrijheid Vastgoed
Dennis Mulder
April 20, 2026
5 min read

Je hebt een tweede woning gekocht. Misschien een appartement als belegging, een vakantiehuisje dat je wilt verhuren, of een een ander pand dat je aanhoudt voor je vermogensopbouw. Je incasseert netjes de huurinkomsten, en dan komt het moment dat je je belastingaangifte invult. En dan stuit je op box 3. Plotseling zijn er termen als forfaitair rendement, WOZ-waarde, leegwaarderatio en heffingsvrij vermogen.

En je vraagt je af: hoeveel belasting betaal ik hier eigenlijk over?

De fiscale behandeling van een tweede woning is één van de meest misverstane onderdelen van vastgoedbeleggen in Nederland. Veel beleggers denken dat ze belasting betalen over hun huurinkomsten, maar dat klopt niet helemaal. Je betaalt belasting over de waarde van je vermogen, niet over wat je daadwerkelijk verdient. Althans, dat is hoe het systeem nu nog werkt.

Want het stelsel staat op zijn kop. Door een reeks rechtszaken en een historisch arrest van de Hoge Raad is het box 3 systeem zoals we het kennen fundamenteel ter discussie gesteld. Vanaf 2028 zou alles moeten veranderen. In dit artikel leggen we je stap voor stap uit hoe het nu werkt, wat er verandert, en hoe je daar als belegger slim op inspeelt.

Tweede woning en box 3: zo werkt de belasting

Een tweede woning valt in box 3 van de inkomstenbelasting. Dat geldt voor elk pand dat niet je hoofdverblijf is: een vakantiewoning, een verhuurde investeringswoning, een appartement dat je aanhoudt als belegging. De Belastingdienst rekent dit tot je vermogen, en over dat vermogen betaal je belasting.

Het bijzondere aan box 3 is dat je niet belast wordt over je werkelijke huurinkomsten. In plaats daarvan berekent de Belastingdienst een zogenaamd forfaitair rendement: een fictief gemiddeld rendement dat je geacht wordt te behalen op je vermogen. In 2026 bedraagt dit voor vastgoed en andere overige bezittingen circa 6 procent.

De berekening werkt als volgt. De WOZ-waarde van je woning vormt de grondslag, verminderd met eventuele schulden zoals een hypotheek. Over het nettovermogen wordt het forfaitaire rendement berekend. Na aftrek van het heffingsvrije vermogen (in 2026 is dit € 59.357 per persoon, of € 118.714 voor fiscale partners) betaal je 36 procent belasting over het resterende bedrag.

Huurinkomsten opgeven: box 1 of box 3?

Dit is het punt waar veel beleggers zich vergissen. Als jij een woning passief verhuurt, hoef je de huurinkomsten niet apart op te geven. De woning zit al in box 3 als vermogensbestanddeel, en daarmee is de belastingheffing geregeld. Je betaalt belasting over de waarde, niet over de inkomsten.

Maar er is een uitzondering. Zodra je substantiële arbeid verricht in verband met de verhuur, kan de Belastingdienst de inkomsten classificeren als resultaat uit overig werk in box 1. Denk aan verhuurders die zelf schoonmaken, ontbijt aanbieden aan toeristen, actief bemiddelen bij boekingen of zelf het pand verduurzamen of optimaliseren. In dat geval betaal je progressieve inkomstenbelasting over de winst, maar mag je wel kosten aftrekken.

Uit de praktijk blijkt dat de grens tussen passieve verhuur (box 3) en actieve verhuur (box 1) in sommige gevallen genuanceerd ligt. Als je twijfelt, is het verstandig je situatie te laten beoordelen door een belastingadviseur die ervaring heeft met vastgoed.

De leegwaarderatio: wat deze regeling voor jou betekent

Voor verhuurders in box 3 bestaat er nog altijd een belangrijke korting: de leegwaarderatio. Deze regeling houdt in dat je verhuurde woning niet op de volledige WOZ-waarde wordt gewaardeerd, maar op een percentage daarvan. De gedachte erachter is logisch. Een verhuurde woning is minder waard dan een leegstaande woning, omdat de kopersgroep kleiner is en de huurder niet zomaar uit het pand kan.

Hoe hoog de korting uitvalt, hangt af van de verhouding tussen jaarhuur en WOZ-waarde. Bij een jaarhuur van 5 procent of meer van de WOZ geldt 100 procent en heb je dus geen korting. Bij lagere huurrendementen kan de waardering teruglopen tot 73 procent van de WOZ. Per 1 januari 2023 zijn deze percentages aangescherpt: waar voorheen kortingen tot 40 of 50 procent mogelijk waren, is het maximum nu 27 procent. Daarnaast vervalt de leegwaarderatio sinds 2023 volledig als je verhuurt aan familie of een andere gelieerde partij tegen een niet-marktconforme huur.

Let op: deze regeling blijft van kracht tot en met 2027. Vanaf 1 januari 2028, bij invoering van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, verdwijnt de leegwaarderatio definitief. Veel beleggers weten niet dat ze recht hebben op deze korting. Check dus altijd de verhouding tussen je jaarhuur en WOZ-waarde. Bij een woning van 300.000 euro WOZ en een jaarhuur van 12.000 euro zit je op 85 procent. Dat scheelt 45.000 euro in je belastbare vermogen en dus honderden euro's box 3-belasting per jaar.

Benieuwd of wij jou hierbij kunnen helpen?

Weg naar generatiewelvaart met vastgoed | Vrijheid Vastgoed

Het Kerstarrest en de tegenbewijsregeling

Op 24 december 2021 deed de Hoge Raad een historische uitspraak die het box 3 stelsel op zijn grondvesten deed schudden. De Hoge Raad oordeelde dat het forfaitaire rendement in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, omdat eigenaren belasting betalen over inkomsten die ze nooit hebben ontvangen. Dit arrest staat bekend als het Kerstarrest.

De gevolgen waren groot. Voor de jaren 2017 tot 2020 werd automatisch rechtsherstel verleend aan eigenaren die tijdig bezwaar hadden gemaakt. Maar ook voor de jaren daarna bleef de discussie voortduren over de vraag hoe rechtvaardig het stelsel eigenlijk is.

Dat leidde tot de inwerkingtreding van de Wet tegenbewijsregeling box 3. Met deze wet kun je als eigenaar aantonen dat jouw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement dat de Belastingdienst hanteert. Als dat het geval is, betaal je belasting over het lagere werkelijke rendement.

Wat telt mee als werkelijk rendement?

Op 20 december 2024 wees de Hoge Raad een vervolguitspraak die verduidelijking bood over de berekening van werkelijk rendement voor vastgoed. Wat telt mee? Ten eerste je daadwerkelijke huurinkomsten. Ten tweede de waardeverandering van de woning op basis van de WOZ-waarde, inclusief ongerealiseerde waardestijgingen. Dat laatste punt is cruciaal: ook als je de woning niet verkoopt, telt de waardestijging mee als rendement.

Wat telt niet mee als kostenaftrek? Onderhoudskosten. Dat klinkt onrechtvaardig, en dat vinden veel eigenaren ook. Je kunt wel schuldrente aftrekken en bepaalde investeringskosten ter verbetering van de woning, maar gewone onderhoudsuitgaven verlagen je belastbare rendement niet.

De bewijslast ligt volledig bij jou. Je moet aantonen wat je werkelijk hebt verdiend. Voor eigenaren in een regio waar vastgoedprijzen sterk zijn gestegen, kan het zomaar zo zijn dat het werkelijk rendement (inclusief waardestijging) hoger is dan het forfaitaire rendement. Dan heeft de tegenbewijsregeling weinig effect. Voor eigenaren met weinig waardestijging en lage huurinkomsten kan het juist aanzienlijk schelen.

De WOZ-waarde: grondslag voor alles

Alles in box 3 draait om de WOZ-waarde. Die waarde bepaalt hoe hoog je belastbare vermogen is. De WOZ-waarde wordt vastgesteld door de gemeente en heeft als waardepeildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De beschikking die je in 2026 ontvangt, weerspiegelt dus de waarde per 1 januari 2025.

Dat systeem loopt altijd een jaar achter op de werkelijkheid. In 2026 voorspelt de Waarderingskamer een gemiddelde WOZ-waardestijging van meer dan 10 procent ten opzichte van 2025. Dat betekent voor veel eigenaren hogere aanslagen, terwijl de marktwaarde op het moment van belastingbetaling alweer anders kan liggen.

Denk je dat de WOZ-waarde van jouw woning te hoog is vastgesteld? Maak dan bezwaar. Je hebt daarvoor zes weken de tijd na ontvangst van de beschikking. Elk jaar passen gemeenten de WOZ-waarde van meer dan 100.000 woningen aan na bezwaar. Het loont dus om kritisch naar je WOZ-beschikking te kijken.

Wat verandert er in 2028?

Het huidige forfaitaire systeem is slechts een tijdelijke oplossing. Vanaf 1 januari 2028 wordt het box 3 stelsel fundamenteel hervormd. Het nieuwe systeem is gebaseerd op werkelijk rendement: je betaalt belasting over wat je daadwerkelijk verdient, niet over een fictief gemiddelde.

Voor vastgoedbeleggers verandert er veel. Huurinkomsten worden belast, maar je mag daar onderhoudskosten van aftrekken. Dat is een grote verbetering ten opzichte van het huidige systeem. Hypotheekrente en andere schuldrente zijn ook aftrekbaar.

Voor woningen die minder dan 90 procent van het jaar worden verhuurd (denk aan vakantiewoningen die je zelf ook gebruikt), geldt een zogenaamde vastgoedbijtelling van 3,35 procent van de WOZ-waarde als forfaitair rendement. Verhuur je minder dan 90 procent van het jaar, dan betaal je belasting over 3,35 procent van de WOZ-waarde of het werkelijke rendement als dat hoger is.

Een groot voordeel van het nieuwe stelsel is dat waardestijgingen van vastgoed pas worden belast op het moment van verkoop, niet jaarlijks. Je betaalt vermogenswinstbelasting bij verkoop in plaats van jaarlijkse vermogensaanwasbelasting. Dat is gunstig voor langetermijnbeleggers die waardestijging nastreven.

Wat betekent dit concreet in de portemonnee?

Stel je bezit een verhuurde woning met een WOZ-waarde van € 300.000 en een hypotheek van € 180.000. Je ontvangt € 12.000 huurinkomsten per jaar en maakt € 2.500 aan onderhoudskosten. Je betaalt 4 procent rente over de hypotheek, ofwel € 7.200 per jaar.

Onder het nieuwe stelsel: huurinkomsten € 12.000, minus onderhoudskosten € 2.500, minus schuldrente € 7.200, is een netto belastbaar rendement van € 2.300. Over € 2.300 betaal je 36 procent belasting: dat is € 828 per jaar. Dat is voor veel verhuurders aanzienlijk gunstiger dan het huidige systeem waarbij alle kosten buiten beschouwing blijven en de volledige WOZ-waarde als grondslag dient.

Gemeentelijke belastingen die je niet moet vergeten

Box 3 is niet de enige belasting op je tweede woning. Als eigenaar betaal je ook onroerendezaakbelasting (OZB) aan de gemeente. Het tarief verschilt per gemeente, maar bedraagt gemiddeld 0,08 tot 0,10 procent van de WOZ-waarde per jaar. Voor een woning van € 300.000 is dat tussen de € 240 en € 300 per jaar.

Verhuur je je woning toeristisch via Airbnb of een ander platform? Dan ben je ook toeristenbelasting verschuldigd. Dit is een gemeentelijke belasting die je per nacht aan de huurder doorberekent en afdraagt aan de gemeente. De hoogte verschilt sterk per gemeente. In Amsterdam regelen platforms als Airbnb dit inmiddels automatisch, maar in veel andere gemeenten ligt die verantwoordelijkheid bij jou als verhuurder.

Controleer ook of jouw gemeente aanvullende vereisten stelt, zoals een verhuurvergunning of registratieplicht voor vakantieverhuur. Sommige gemeenten handhaven hier actief op.

Tweede woning in het buitenland: andere regels

Heb je een vakantiewoning in Frankrijk, Spanje, Portugal of een ander land? Dan gelden internationale belastingverdragen. In de meeste gevallen mag het land waar de woning staat deze belasten, en geeft Nederland een vrijstelling om dubbele belasting te voorkomen.

Dat klinkt gunstig, en dat is het ook. Maar je moet de buitenlandse woning wel opgeven in je Nederlandse aangifte. Je doet dit op basis van de waarde in het economisch verkeer, onbewoond. Die waarde kan afwijken van de werkelijke marktwaarde, zeker bij populaire vakantiebestemmingen.

Let op: als er een hypotheek op de buitenlandse woning rust, kan dit invloed hebben op hoe de vrijstelling wordt berekend. Bij sommige verdragen wordt de vrijstelling naar rato berekend op basis van het eigen vermogen (waarde minus schuld). Laat dit altijd uitzoeken door een belastingadviseur met internationale ervaring.

Samenvatting: wat moet je onthouden als vastgoedbelegger

De kern is dit: een tweede woning prive aangekocht valt in box 3, en je betaalt belasting over de waarde van je vermogen via een forfaitair rendement.

Vanaf 2028 verandert het systeem fundamenteel naar werkelijk rendement, met aftrekbare onderhoudskosten en vermogenswinstbelasting bij verkoop in plaats van jaarlijkse heffing over waardestijging. Dat is voor veel langetermijnbeleggers gunstiger dan het huidige stelsel, maar de precieze invulling kan nog wijzigen.

Ervaren beleggers weten dat fiscale planning een integraal onderdeel is van vastgoedstrategie. Wie nu al zijn administratie op orde brengt, WOZ-waarden kritisch beoordeelt en de tegenbewijsregeling benut waar dat voordelig is, staat straks sterk in het nieuwe stelsel.

Wil je precies weten hoeveel box 3 belasting jij betaalt op jouw vastgoedportefeuille en hoe je dit optimaliseert voor het nieuwe stelsel dat in 2028 ingaat? Bij Vrijheid Vastgoed rekenen we het samen met je door en laten we je zien hoe ervaren beleggers hun fiscale structuur slim inrichten.

Beginnen met vastgoed?

Plan jouw gratis strategiegesprek

Ben je geïnteresseerd in ons lidmaatschap of in een van onze persoonlijke 1 op 1 trajecten? Zou je willen sparren en zien of het echt iets voor jou is? We maken graag tijd voor je vrij en zoeken samen uit of vastgoed de juiste stap is voor jou en hoe wij je daarbij kunnen helpen.

Op maat gemaakte beleggingsstrategieën
Ontdek de mogelijkheden en kansen in het vastgoed
Toegang tot een uitgebreide online leeromgeving
Leren van ervaren vastgoedexperts
Overwin jouw beleggingsangsten en twijfels
Stapsgewijze begeleiding
Plan een gesprek met een van onze consultants om de mogelijkheden te bespreken.
Neem contact met ons op
Haalbare doelen voor vastgoed investeerders | Vrijheid Vastgoed

Kies een dag en tijdstip