.jpg)
Je hebt een pand op het oog. De locatie klopt, de cijfers zien er op papier goed uit en je ziet het al voor je: een mooi rendement, maandelijkse huurinkomsten, een stap verder op weg naar financiële vrijheid. Dan vraag je een financiering aan en krijg je te horen dat de bank maximaal 70% of 75% van de waarde wil financieren. De rest moet je zelf inbrengen. Plus de kosten koper. Plus eventuele verbouwingskosten. Opeens heb je het over tienduizenden euro's eigen geld die je op tafel moet leggen voordat je ook maar één huurder hebt.
Dit is geen uitzondering. Dit is hoe vastgoedfinanciering werkt. En als je dat eenmaal begrijpt, kun je er slim op inspelen in plaats van er door verrast te worden.
Skin in the game, dat is de term die financiers gebruiken. Ze willen zien dat jij zelf meebetaalt, dat jij zelf risico draagt. Niet als straf, maar als bewijs dat jij gelooft in de deal en dat jij de buffer hebt om tegenvallers op te vangen. In dit artikel leg ik uit waarom financiers dit eisen, wat de concrete gevolgen zijn voor jouw eigen inbreng en hoe je dit als belegger slim aanpakt. Met als concreet voorbeeld een van de meest complexe markten van Nederland: woningsplitsing in Amsterdam.
Wat skin in the game betekent voor een financier
Een bank of andere financier die geld uitleent voor vastgoed, doet dat niet op basis van vertrouwen alleen. Ze willen zekerheden. De meest directe zekerheid is het pand zelf, maar dat is niet genoeg. Ze willen ook weten dat jij als koper de deal serieus neemt en dat je niet bij de eerste tegenwind afhaakt.
Eigen inbreng is het beste bewijs van commitment. Als jij zelf 25% of 30% van de aankoopprijs inbrengt, heb jij iets te verliezen. Je staat niet alleen voor de huur van een ander, je staat voor je eigen vermogen. Dat verandert hoe je beslissingen neemt, hoe je een pand beheert en hoe snel je ingrijpt als er iets misgaat.
Voor de financier verlaagt eigen inbreng het kredietrisico direct. Als de markt tegenzit en de waarde van het pand daalt, is er meer buffer voordat de lening onder water komt te staan. Dat is de kern van de loan-to-value ratio, de verhouding tussen de lening en de waarde van het onderpand. Hoe lager de LTV, hoe meer zekerheid voor de geldverstrekker.
Wat zijn de concrete financieringspercentages voor beleggingsvastgoed?
Bij een gewone eigenwoninghypotheek kun je in Nederland tot 100% van de marktwaarde financieren. Bij beleggingsvastgoed werkt dat fundamenteel anders. Financiers hanteren hier lagere LTV's, omdat het risicoprofiel anders is. Je bent afhankelijk van huurinkomsten, er zijn meer variabelen en de markt voor verhuurde panden is kleiner dan voor bewoonde woningen.
In de praktijk financieren geldverstrekkers bij beleggingspanden doorgaans tussen de 65% en 80% van de waarde. Dat betekent dat jij de resterende 20% tot 35% zelf moet inbrengen. En dan zijn we er nog niet, want daar komen de kosten koper bovenop: overdrachtsbelasting, notariskosten en makelaarskosten. In totaal kom je bij beleggingsvastgoed al snel op een eigen inbreng van 25% tot 40% van de totale aankoopkosten.
Een concreet rekenvoorbeeld
Stel, je koopt een beleggingspand van €300.000. De financier is bereid 75% te financieren, wat neerkomt op €225.000. Jij brengt dus €75.000 in als eigen vermogen. Maar daar komen de kosten koper bij. Bij beleggingsvastgoed betaal je 8% overdrachtsbelasting, wat op dit pand neerkomt op €24.000. Notariskosten en andere aankoopkosten reken je op zo'n €3.000 tot €5.000. In totaal moet je rekening houden met een eigen inbreng van rond de €102.000 tot €104.000.
Dat is een aanzienlijk bedrag. En dit is puur de aankoop, zonder verbouwing, zonder vergunningskosten en zonder eventuele splitsingstrajecten. Wie hier met een te krappe buffer instapt, merkt dat bij de eerste tegenvaller.
Wil je weten hoeveel eigen inbreng jouw deal écht vereist? Plan een gratis adviesgesprek en we rekenen het samen door.

Waarom de Amsterdamse splitsingsmarkt dit nóg concreter maakt
Woningsplitsing in Amsterdam is een populaire strategie onder beleggers: je koopt een groot pand, splitst het in meerdere zelfstandige woningen en vergroot daarmee zowel de huurinkomsten als de potentiële verkoopwaarde per eenheid. Op papier aantrekkelijk. In de praktijk vraagt het om een goede voorbereiding, want de regelgeving is streng en de kosten lopen snel op.
Voor gebouwen met woningen die vóór 1940 zijn gebouwd en binnen het aangewezen gebied in Amsterdam liggen, is een splitsingsvergunning verplicht. Die vergunning is niet onbeperkt geldig: je hebt precies één jaar de tijd om de splitsing via de notaris in te schrijven in het Kadaster. Mis je die termijn, dan kan de vergunning worden ingetrokken en begin je opnieuw.
De Amsterdamse eisen voor woningsplitsing
De eisen zijn specifiek. Onder de geldende beleidsregels mag een bestaande zelfstandige woning maximaal worden gesplitst in twee zelfstandige woningen. Daarvoor gelden minimale oppervlaktes. In de binnenstad moet de woning vóór splitsing minimaal 100 m² groot zijn, in de overige gebieden minimaal 120 m². Na splitsing geldt een minimum van 40 m² per woning in de binnenstad en 50 m² in de overige gebieden.
Bovendien moet het gebouw bouwkundig in goede staat zijn en voldoen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Zit er achterstallig onderhoud in het pand? Dan moet dat worden opgelost voordat de vergunning wordt verleend. Dat betekent extra kosten, extra doorlooptijd en extra eigen inbreng.
De vergunningskosten die je moet meebegroten
Een splitsingsvergunning aanvragen in Amsterdam kost in 2025 €5.099,30 voor één pand. Heb je meerdere aangrenzende panden? Dan betaal je per volgend aangrenzend pand nog eens €3.262,40. Dit zijn alleen de behandelkosten van de gemeente, nog exclusief notariskosten voor de kadastrale inschrijving en eventuele architectkosten voor tekeningen en bouwtechnische rapporten.
Tel je dat bij elkaar op bij de eerder genoemde eigen inbreng van 25% tot 40%, dan zie je dat een splitsingsproject in Amsterdam al snel een totale eigen inbreng vereist die substantieel hoger ligt dan de aankoopprijs doet vermoeden. Dat is precies de reden waarom financiers skin in the game eisen: dit soort trajecten heeft meer buffers nodig dan een standaard buy-to-let.
Erfpacht: de factor die financiering extra complex maakt
Een groot deel van de Amsterdamse panden staat op erfpachtgrond. Dat heeft directe gevolgen voor je splitsingstraject. Als je een pand op erfpacht wil splitsen in appartementsrechten, moet ook de erfpacht worden gesplitst. Daarvoor is privaatrechtelijke toestemming nodig van de eigenaar van de grond, in Amsterdam vrijwel altijd de gemeente.
Dit voegt een extra laag toe aan het traject: meer partijen, meer procedures, meer tijd en soms hogere kosten door aanpassing van erfpachtcanons. Ervaren beleggers rekenen dit van tevoren door en nemen erfpachtkosten expliciet op in hun businesscase. Wie dit over het hoofd ziet, merkt het op het moment dat de financiering wordt aangevraagd en de geldverstrekker vraagt naar de erfpachtstatus.
Hoe slimme beleggers omgaan met de eigen inbreng eis
De eis van eigen inbreng is een gegeven in de wereld van beleggingsvastgoed. De vraag is niet of je eraan kunt ontkomen, maar hoe je er slim op inspeelt. Uit de praktijk blijkt dat succesvolle beleggers hiervoor een aantal concrete strategieën hanteren.
Begin met je totale projectkosten, niet alleen de koopprijs
De meest gemaakte fout is rekenen met de aankoopprijs en vergeten dat vergunningskosten, verbouwingskosten, notariskosten en tijdelijke financieringskosten daar bovenop komen. Bij een splitsingsproject in Amsterdam kan het totaal aan bijkomende kosten al snel oplopen tot €15.000 tot €30.000 of meer, afhankelijk van de staat van het pand en de complexiteit van het traject.
Zet altijd alle kosten op een rij voordat je een bod uitbrengt. Zo weet je precies hoeveel eigen geld je nodig hebt en of de deal financierbaar is bij de geldverstrekkers in jouw netwerk.
Bouw je eigen vermogen strategisch op
Wie nog geen grote vermogenspositie heeft, hoeft niet af te wachten. Veel beleggers starten met kleinere deals waar de eigen inbreng lager is, bouwen daarmee overwaarde op en zetten die in voor de volgende aankoop. Overwaarde uit bestaand vastgoed kan in sommige gevallen worden meegenomen als onderpand of als onderdeel van de eigen inbreng, afhankelijk van de financier en de constructie.
Daarnaast zijn er beleggers die samenwerken, waarbij twee of meer partijen gezamenlijk de eigen inbreng opbrengen en de inkomsten en kosten delen. Dit vraagt om heldere afspraken, maar het is een effectieve manier om grotere deals mogelijk te maken voordat je de vermogenspositie hebt om dat solo te doen.
Ken je financier voordat je een deal sluit
Niet elke financier hanteert dezelfde LTV of dezelfde voorwaarden. Reguliere banken zijn doorgaans conservatiever bij beleggingsvastgoed. Gespecialiseerde vastgoedfinanciers of alternatieve geldverstrekkers bieden soms meer ruimte, maar vaak tegen hogere rentepercentages. Weet vooraf welke financier bij jouw deal past en wat hun exacte eisen zijn.
Bij complexe trajecten zoals een Amsterdams splitsingspand is het verstandig om al in de oriëntatiefase contact te hebben met de beoogde financier. Zo weet je of de deal financierbaar is, wat er nodig is aan eigen inbreng en of er aanvullende eisen zijn rondom vergunningen of bouwkundige staat.
Skin in the game als kwaliteitssignaal, niet als obstakel
Ervaren beleggers weten dat de eis van eigen inbreng uiteindelijk in hun eigen voordeel werkt. Het dwingt je om kritisch te kijken naar de deal: als jij zelf een fors bedrag inlegt, ga je twee keer nadenken voordat je tekent. Deals die alleen op papier rendabel lijken maar in de praktijk te weinig marge hebben, vallen snel af zodra je de volledige eigen inbreng berekent.
De financier die skin in the game eist, fungeert daarmee ook als een soort kwaliteitsfilter. Wie de eigen inbreng niet kan opbrengen, is simpelweg nog niet klaar voor die specifieke deal. Dat is geen mislukking, het is een signaal om je vermogen eerst verder op te bouwen of een kleinere instap te kiezen.
Voor wie wél de eigen inbreng heeft, is het verhaal anders. Dan laat skin in the game aan de financier zien dat je draagkracht hebt, dat je commitment toont en dat je de deal serieus neemt. Dat versterkt je onderhandelingspositie en opent deuren naar betere voorwaarden.
Het speelveld in beleggingsvastgoed is veranderd: hogere eigen inbreng, strengere gemeentelijke eisen, meer complexe trajecten. Slimme beleggers passen hun strategie aan. Ze rekenen beter door, bouwen hun vermogen gericht op en kiezen deals waarbij de financiering van tevoren geborgd is. Dat is het verschil tussen improviseren en structureel bouwen aan vermogen.
Wil je weten hoeveel eigen inbreng jouw specifieke deal vereist en welke financieringsconstructie het beste bij jouw situatie past? Bij Vrijheid Vastgoed rekenen we het samen met je door en verbinden we je met financiers die ervaring hebben met beleggingsvastgoed en splitsingsprojecten.
Plan jouw gratis strategiegesprek
Ben je geïnteresseerd in ons lidmaatschap of in een van onze persoonlijke 1 op 1 trajecten? Zou je willen sparren en zien of het echt iets voor jou is? We maken graag tijd voor je vrij en zoeken samen uit of vastgoed de juiste stap is voor jou en hoe wij je daarbij kunnen helpen.


.jpg)
.jpg)
.jpg)