
Als huurder krijg je maandelijks een huurrekening met meer dan alleen de kale huurprijs. Naast de huur zie je vaak een bedrag voor servicekosten staan. Voor veel huurders is onduidelijk wat deze kosten precies inhouden, waarom ze ze moeten betalen, en of het bedrag wel klopt. Deze verwarring is niet onterecht: tot voor kort was de wetgeving rond servicekosten complex en kon elke verhuurder er min of meer zijn eigen draai aan geven.
De servicekosten blijken een bron van groeiende conflicten tussen verhuurders en huurders. In 2023 behandelde de Huurcommissie maar liefst 3.800 zaken over servicekosten, een stijging van 60% ten opzichte van het jaar ervoor. In 2024 liep dit aantal verder op naar 4.100 zaken. Deze explosieve groei toont aan dat er behoefte is aan duidelijkheid en transparantie.
Per 1 juli 2026 treedt nieuwe wetgeving in werking die eindelijk helderheid schept over wat verhuurders wel en niet mogen doorberekenen als servicekosten. Voor huurders betekent dit meer bescherming en transparantie. Voor verhuurders brengt het duidelijke spelregels die geschillen moeten voorkomen. Iets waar nog steeds veel vragen oer gesteld worden tijdens onze vastgoedtrainingen .In dit artikel leggen we uit wat servicekosten precies zijn, welke nieuwe regels er komen, en wat dit voor jou als huurder of verhuurder betekent.
Wat zijn servicekosten precies?
Servicekosten zijn kosten die een verhuurder maakt voor diensten en voorzieningen die bij de verhuurde woning horen, maar die buiten de woning zelf vallen. Het gaat om kosten voor gemeenschappelijke ruimtes en gedeelde voorzieningen die door meerdere huurders worden gebruikt.
Denk aan het schoonhouden van het trappenhuis in een appartementencomplex, de verlichting in de gemeenschappelijke gang, het onderhoud van de tuin die bij het complex hoort, of de kosten voor een huismeester die kleine klusjes doet en toezicht houdt. Deze kosten maakt de verhuurder voor het gehele complex, maar worden omgeslagen over alle individuele huurders.
Het belangrijkste kenmerk van servicekosten is dat ze periodiek terugkeren en daadwerkelijk gemaakt worden door de verhuurder. Het zijn geen verdienkosten voor de verhuurder, maar doorberekening van werkelijk gemaakte uitgaven. De verhuurder mag hierop geen winstmarge toevoegen, al mogen wel redelijke administratiekosten worden gerekend.
Servicekosten in Nederland zijn altijd gekoppeld aan diensten of voorzieningen die ten goede komen aan de huurder. Ze vormen een aparte kostenpost naast de kale huur en moeten apart worden gespecificeerd in de huurovereenkomst. Als verhuurder moet je kunnen aantonen dat de kosten redelijk zijn en daadwerkelijk zijn gemaakt.
Het verschil tussen voorschot en afrekening
Bij servicekosten werkt het systeem meestal met een maandelijks voorschot dat je als huurder betaalt. Dit voorschot is een schatting van de verhuurder van de gemiddelde maandelijkse kosten. Aan het einde van het jaar volgt een definitieve afrekening op basis van de werkelijk gemaakte kosten.
Als de werkelijke kosten lager zijn dan de betaalde voorschotten, krijg je geld terug. Zijn de kosten hoger, dan moet je bijbetalen. Dit systeem zorgt ervoor dat je maandelijks een vast bedrag betaalt, terwijl de daadwerkelijke kosten per maand kunnen verschillen. Denk aan energiekosten die in de winter hoger zijn dan in de zomer.
De jaarlijkse afrekening moet inzichtelijk zijn en aantonen waar de kosten uit bestaan. Je hebt als huurder het recht om inzage te vragen in de onderliggende facturen en bewijsstukken. Als je twijfelt aan de juistheid van de afrekening, kun je deze laten toetsen door de Huurcommissie.
De nieuwe wetgeving vanaf 2026
De jarenlange onduidelijkheid over servicekosten komt per 1 juli 2026 tot een einde met de inwerkingtreding van de Wet Modernisering Servicekosten. Deze wet is na goedkeuring door beide kamers van het parlement vastgesteld en brengt fundamentele veranderingen in het huurrecht.
Waarom nieuwe regels nodig waren
Het explosieve aantal geschillen bij de Huurcommissie was het directe gevolg van onduidelijke wetgeving. Verhuurders en huurders interpreteerden de bestaande regels vaak verschillend, wat leidde tot conflicten over welke kosten wel en niet als servicekosten mochten worden doorberekend.
Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stelde zich als doel om juridische conflicten te voorkomen, de administratieve lastendruk te verlagen en transparantie in de huurmarkt te bevorderen. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat beide partijen precies weten waar ze aan toe zijn en wat ze van elkaar kunnen verwachten.
Voor welke huurovereenkomsten geldt de nieuwe wet?
Een belangrijk detail: de wet geldt alleen voor nieuwe huurovereenkomsten die vanaf 1 juli 2026 worden afgesloten. Bestaande huurovereenkomsten vallen nog onder de oude regeling, tenzij verhuurder en huurder samen besluiten om ook voor die contracten de nieuwe regels te hanteren.
Dit betekent dat er gedurende langere tijd twee systemen naast elkaar bestaan. Voor huurders met een contract van voor juli 2026 verandert er in principe niets, tenzij ze vrijwillig overstappen naar de nieuwe regeling. Bij verlenging of vernieuwing van het contract kunnen de nieuwe regels wel worden toegepast.
Wat mag wel en niet worden doorberekend?
Het belangrijkste onderdeel van de nieuwe wet is de limitatieve lijst met toegestane servicekosten. Deze lijst is uitputtend: wat er niet op staat, mag niet worden doorberekend als servicekosten. Dit brengt eindelijk duidelijkheid over wat wel en niet is toegestaan.
Toegestane servicekosten
De wet specificeert welke kosten verhuurders mogen doorberekenen. Deze moeten direct verband houden met gemeenschappelijke voorzieningen en diensten die ten goede komen aan de huurders.
Warmte en koude voor het verwarmen en koelen van gemeenschappelijke ruimtes mogen worden doorberekend. Let op: onderhoudskosten van de verwarmingsinstallatie vallen hier niet onder. Die zijn onderdeel van het algemene onderhoud dat de verhuurder uit de kale huur moet betalen.
Elektriciteit, gas en water voor gezamenlijke voorzieningen zijn toegestane servicekosten. Dit gaat om de energie voor bijvoorbeeld de verlichting in het trappenhuis, de lift, of de centrale verwarming van gemeenschappelijke ruimtes. Ook de kosten van water voor het schoonmaken van gezamenlijke ruimtes vallen hieronder.
Schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes zoals het trappenhuis, de lift, gangen, de entree en bergingen mag worden doorberekend. Dit is vaak een van de grootste posten in de servicekosten, vooral in grotere complexen waar professionele schoonmaakdiensten worden ingehuurd.
Huismeester- en conciërgediensten zijn toegestaan als servicekosten. De huismeester vervult vaak een belangrijke rol in het complex door kleine klusjes te doen, toezicht te houden, en als contactpersoon te fungeren tussen verhuurder en huurders.
Tuinonderhoud van gemeenschappelijke tuinen en groenvakken rondom het complex mag worden doorberekend. Dit omvat het maaien van gras, snoeien van struiken, en algemeen onderhoud van de beplanting die bij het complex hoort.
Glasbewassing van gemeenschappelijke ramen en glazen gevels valt onder de toegestane servicekosten. Voor particuliere woningramen geldt dit niet, alleen voor ramen in gemeenschappelijke ruimtes.
Roerende zaken die ter beschikking worden gesteld in of aan de woonruimte en gemeenschappelijke gedeelten mogen worden doorberekend. Dit gaat bijvoorbeeld om gemeenschappelijke wasmachines, fietsenrekken, of de inrichting van een gemeenschappelijke recreatieruimte.
Wat niet meer mag worden doorberekend
De wet stelt expliciet dat luxe voorzieningen niet als servicekosten mogen worden doorberekend. Dit is een belangrijke verandering die vooral impact heeft op wooncomplexen met bijzondere faciliteiten.
Gemeenschappelijke zwembaden en fitnessruimtes vallen expliciet buiten de regeling. Verhuurders kunnen deze voorzieningen nog wel aanbieden, maar moeten de kosten hiervoor op een andere manier dekken, bijvoorbeeld door een hogere kale huurprijs of een aparte vergoeding buiten de servicekosten.
Ook kosten voor internet- en televisievoorzieningen, meubels in de huurwoning, glasfonds of wasmachinevergoedingen telden nooit mee voor huurtoeslag en blijven buiten de servicekosten vallen.
Dit onderscheid tussen basis voorzieningen en luxe faciliteiten zorgt ervoor dat de servicekosten beperkt blijven tot essentiële gemeenschappelijke voorzieningen waar alle huurders baat bij hebben.
Nieuwe regels voor afrekening en transparantie
Uniform afrekeningsformat
Een belangrijke praktische verandering is de invoering van een landelijk uniform format voor de jaarlijkse afrekening van servicekosten. Elke verhuurder moet voortaan hetzelfde format gebruiken, wat het voor huurders veel gemakkelijker maakt om de afrekening te begrijpen en te controleren.
De afrekening moet uiterlijk 30 juni worden verstuurd voor het voorgaande kalenderjaar. Dit geeft huurders tijd om de afrekening te bestuderen en eventueel bezwaar aan te tekenen voordat het volgende jaar alweer half voorbij is.
Het uniforme format moet duidelijk maken welke kosten zijn gemaakt, hoe deze zijn verdeeld over de huurders, en wat het verschil is tussen het betaalde voorschot en de werkelijke kosten. Deze transparantie maakt het voor huurders eenvoudiger om te controleren of alles klopt.
Versterkte positie bij bezwaar
De wet geeft huurders aanzienlijk meer mogelijkheden om bezwaar te maken tegen servicekosten. De Huurcommissie krijgt uitgebreide bevoegdheden om geschillen te beslechten en kan voortaan ook oordelen over het voorschotbedrag nog voordat de eindafrekening komt.
Vroeger moest je als huurder vaak eerst de volledige afrekening afwachten voordat je bezwaar kon maken tegen te hoge kosten. Nu kun je al tijdens het jaar bezwaar maken als je vermoedt dat het maandelijkse voorschot te hoog is. Dit voorkomt dat je aan het einde van het jaar geconfronteerd wordt met een hoge bijbetaling.
Ook wordt het eenvoudiger om collectief bezwaar te maken. De eis dat minimaal 50% van de huurders moet meewerken en dat het om een wooncomplex moet gaan, wordt losgelaten. Dit maakt het voor bewoners van grotere complexen gemakkelijker om gezamenlijk op te treden tegen onredelijke servicekosten.
Impact op huurtoeslag
De nieuwe regelgeving rond servicekosten heeft ook gevolgen voor mensen die huurtoeslag ontvangen. Deze veranderingen gaan al in per 1 januari 2026, dus eerder dan de nieuwe servicekostenwet zelf.
Welke servicekosten vervallen uit de huurtoeslag?
Vanaf 1 januari 2026 vervallen vier posten uit de berekening van huurtoeslag:
• Energie voor gezamenlijke ruimtes
• Huismeester en conciërge diensten
• Onderhoud van dienst- en recreatieruimten
Tot eind 2025 mochten deze kosten samen maximaal €48 per maand meetellen bij de berekening van de huurtoeslag. Vanaf 2026 tellen ze niet meer mee, wat betekent dat de maximale huurprijs waarover je huurtoeslag kunt krijgen effectief lager wordt als je deze servicekosten betaalt.
Financiële gevolgen voor huurtoeslagontvangers
Ongeveer 20% van de huurtoeslagontvangers gaat er gemiddeld €9 per maand op achteruit door het wegvallen van deze servicekosten uit de berekening. De overheid compenseert dit deels door de eigen bijdrage voor huurtoeslag gemiddeld €7,58 per maand te verlagen.
Netto betekent dit dat huurtoeslagontvangers met servicekosten gemiddeld €1,42 per maand verliezen. Deze verdeling is echter niet eerlijk volgens critici: alle huurtoeslagontvangers krijgen een lagere eigen bijdrage, maar alleen degenen die daadwerkelijk servicekosten betalen worden getroffen door het wegvallen van deze posten uit de berekening.
Voor individuele huurders kan het verschil groter zijn dan het gemiddelde, afhankelijk van hoeveel servicekosten ze betalen. Huurders met hoge servicekosten kunnen meer dan €9 per maand verliezen, terwijl de compensatie van €7,58 voor iedereen gelijk is.
Handhaving en naleving
De nieuwe wetgeving ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van de Wet goed verhuurderschap die sinds juli 2023 van kracht is. Door de duidelijke afbakening van wat wel en niet als servicekosten mag worden doorberekend, kunnen gemeenten gerichter handhaven bij misstanden.
Gemeenten kunnen zelf bepalen hoe hoog boetes voor overtredingen moeten zijn, met een maximum van €25.750. Deze handhavingsmogelijkheid geeft gemeenten een krachtig instrument om verhuurders die zich niet aan de regels houden aan te pakken.
Voor verhuurders betekent dit dat ze zorgvuldig moeten zijn met het opstellen van hun servicekosten. Onterechte doorberekening kan niet alleen leiden tot terugbetaling aan de huurder, maar ook tot gemeentelijke boetes en reputatieschade.
Bijzondere situaties en uitzonderingen
Zonnepanelen en duurzame energie
Een actueel discussiepunt betreft de vergoeding voor zonnepanelen op huurwoningen. De minister werkt nog aan de precieze berekening van hoe deze kosten mogen worden doorberekend als servicekosten.
Aanvankelijk werd een maximumbedrag voorgesteld, maar dit leidde tot kritische reacties omdat het bedrag te laag zou zijn in verhouding tot de werkelijke kosten van installatie en onderhoud. De minister hanteert nu het principe dat de vergoeding in redelijke verhouding moet staan tot de daadwerkelijk gemaakte kosten.
Voor verhuurders die investeren in verduurzaming is dit een belangrijk punt. Ze willen de kosten van zonnepanelen kunnen terugverdienen, maar huurders willen niet onredelijk veel betalen voor een voorziening die uiteindelijk ook de verhuurder ten goede komt door een hogere woningwaarde.
Verhuurders met kleine portefeuilles
De nieuwe regelgeving geldt voor alle verhuurders, ook particuliere verhuurders met slechts één of enkele woningen. Voor hen kan de administratieve last van het uniforme afrekeningsformat behoorlijk zijn, vooral als ze niet gewend zijn aan professioneel vastgoedbeheer.
Kleine verhuurders moeten zich realiseren dat ze vanaf 2026 aan dezelfde eisen moeten voldoen als grote woningcorporaties. Dit kan betekenen dat ze hulp moeten inschakelen van professionele beheerders of softwarepakketten moeten gebruiken om aan de administratieve verplichtingen te voldoen.
Voorbereiding voor verhuurders
Verhuurders die nieuwe huurovereenkomsten afsluiten vanaf 1 juli 2026 moeten zich grondig voorbereiden op de nieuwe regelgeving. Dit vereist meer dan alleen het aanpassen van het huurcontract.
Ten eerste moet de administratie op orde worden gebracht. Alle kosten die als servicekosten worden doorberekend, moeten nauwkeurig worden geregistreerd en onderbouwd met facturen en bewijsstukken. Het uniforme afrekeningsformat vereist gedetailleerde specificatie.
Ten tweede moeten verhuurders hun servicekostensysteem herijken. Kosten die niet meer mogen worden doorberekend, moeten uit het systeem worden gehaald. Voor luxe voorzieningen moet worden nagedacht over alternatieve financieringsmethoden.
Ten derde is het verstandig om voorschotten realistisch te stellen. Te hoge voorschotten leiden tot terugbetalingen aan het einde van het jaar, wat cashflow complicaties kan geven. Te lage voorschotten leiden tot bijbetalingen, wat huurders onprettig verrast en tot conflicten kan leiden.
Professionele verhuurders doen er goed aan om hun systemen en processen al voor juli 2026 gereed te hebben, zodat de overgang soepel verloopt. Software voor vastgoedbeheer moet worden aangepast aan het nieuwe format en nieuwe huurcontracten moeten worden opgesteld die voldoen aan de nieuwe wetgeving.
Tips voor huurders
Als huurder is het belangrijk om je rechten te kennen en actief te controleren of de servicekosten kloppen. Met de nieuwe wetgeving krijg je meer mogelijkheden om dit te doen.
Vraag altijd inzage in de onderliggende facturen en berekeningen als je twijfelt aan de afrekening. De verhuurder is verplicht dit te verstrekken. Het uniforme format maakt het vanaf 2026 eenvoudiger om te zien of alles klopt.
Controleer of de servicekosten op de limitatieve lijst staan. Vanaf 2026 mag alleen datgene worden doorberekend wat expliciet is toegestaan. Zie je kosten voor voorzieningen die niet op de lijst staan? Dan kun je bezwaar maken.
Wacht niet tot de jaarlijkse afrekening als je vermoedt dat het maandelijkse voorschot te hoog is. Met de nieuwe wet kun je ook tussentijds bezwaar maken bij de Huurcommissie, wat voorkomt dat je aan het einde van het jaar geconfronteerd wordt met een hoge bijbetaling die onterecht blijkt.
Overweeg collectief optreden als meer bewoners in je complex twijfelen aan de servicekosten. De drempel voor gezamenlijk bezwaar is verlaagd, wat het gemakkelijker maakt om samen op te treden. Samen sta je sterker en de kosten van bezwaar kunnen worden gedeeld.
De toekomst van servicekosten
De nieuwe wetgeving is een belangrijke stap naar meer transparantie en eerlijkheid in de huurmarkt. Door duidelijke regels te stellen over wat wel en niet mag worden doorberekend, worden geschillen voorkomen en krijgen zowel huurders als verhuurders meer zekerheid.
Voor huurders betekent de wet beter bescherming tegen onredelijke kosten en meer mogelijkheden om bezwaar te maken. Het uniforme afrekeningsformat maakt controle eenvoudiger en de uitgebreide bevoegdheden van de Huurcommissie bieden betere rechtsbescherming.
Voor verhuurders brengt de wet duidelijkheid over wat is toegestaan en wat niet. Hoewel dit beperkingen oplegt, voorkomt het ook discussies en geschillen die tijd en geld kosten. Professionele verhuurders die hun zaken goed op orde hebben, zullen weinig problemen ondervinden van de nieuwe regels.
De invoering per 1 juli 2026 voor alleen nieuwe contracten betekent dat er een lange overgangsperiode is waarin beide systemen naast elkaar bestaan. Dit geeft verhuurders tijd om zich voor te bereiden, maar kan ook verwarring geven omdat verschillende huurders binnen hetzelfde complex onder verschillende regels kunnen vallen.
Uiteindelijk zal de nieuwe wetgeving leiden tot een professionelere huurmarkt waarin transparantie en eerlijkheid centraal staan. Voor vastgoedeigenaren die serieus werk maken van hun verhuuractiviteiten past dit binnen een bredere trend van professionalisering en strengere regelgeving in de huursector.

Plan jouw gratis strategiegesprek
Ben je geïnteresseerd in ons lidmaatschap of in een van onze persoonlijke 1 op 1 trajecten? Zou je willen sparren en zien of het echt iets voor jou is? We maken graag tijd voor je vrij en zoeken samen uit of vastgoed de juiste stap is voor jou en hoe wij je daarbij kunnen helpen.

Kies een dag en tijdstip
Klaar om jouw pad naar vrijheid door middel van vastgoed te beginnen?




